Dynamisch Duo voor Jong VLD Groot-Hasselt

Standaard

“Met een nieuw bestuur wil Jong VLD Groot-Hasselt “de Hasseltse ziel” nieuw leven inblazen”, zeggen voorzitters Philippe Dehasque en Lennert Hansen. We zullen de liberale jongeren als duo naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 leiden. 

Lennert Hansen (22), student politieke wetenschappen uit Stevoort (Hasselt) heeft een liefde voor Hasselt en een passie voor politiek: “Ik hou van deze stad, en als je ergens van houdt, dan vecht je er voor, dan zorg je er voor, wil je er alles voor doen, dit is mijn thuis”.  Lennert is ook verkozen tot de Raad van Bestuur van Jong VLD Limburg en Jong VLD Nationaal. “Door mij zowel op lokaal, regionaal als nationaal niveau te engageren kan ik de Hasseltse belangen op alle fronten verdedigen en een allesomvattende toekomstvisie voor onze stad uitwerken”, aldus de kersverse voorzitter.

Philippe Dehasque (35), ondernemer in Hasselt en Hechtel-Eksel, is ondertussen al 19 jaar actief in de politiek. Als voormalig secretaris-Generaal van Jong VLD Nationaal en tal van functies binnen Jong VLD Limburg heeft Philippe een behoorlijke dosis ervaring.  Hij wist als geen ander Jongeren te verbinden, te activeren en de passie van, en vooral voor politiek bij hen aan te wakkeren. 

Aan alle mooie fasen in je leven komt een einde lacht Dehasque. Mijn tijd als jongere is bijna over. Daarom kozen we voor Groot-Hasselt voor dit “duovoorzitterschap” zodat Lennert perfect voorbereid is om deze actieve afdeling over te nemen. Ik neem dan ook afscheid van de afdeling kort na de verkiezingen waarna Lennert het voorzitterschap volledig van mij overneemt.

“Wij geloven sterk dat we met een voorzittersduo en collectief leiderschap dat uitgaat van betrokkenheid, vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid teruggaan naar de basis van de Hasseltse ziel van warmte en gezelligheid”, we gaan volop voor een “#Kansrijk Hasselt” zegt het duo.

Het vernieuwd kernbestuur bestaat uit voorzitters Philippe Dehasque en Lennert Hansen, ondervoorzitter Karim Bencherif, secretaris Soetkin Jehaes, penningmeester Rafael Michiels en activiteitenverantwoordelijke Anke Bollen.

Het nieuwe bestuur is ervan overtuigd dat Groot-Hasselt nood heeft aan meer liberalisme en een nieuwe dynamiek. Het gelooft dit te kunnen verwezenlijken door jonge liberalen samen te brengen en hun de kansen te geven zich te ontwikkelen en de stad mee vorm te geven.

De voorbije weken en maanden trok Jong VLD Groot-Hasselt de straat op met de vraag “Wat zou jij veranderen als jij voor 1 dag de burgemeester zou zijn van Hasselt?”. Zo willen we de noden en behoeften van alle Hasseltse jongeren blootleggen om van deze thema’s strijdpunten te maken tijdens de verkiezingen van 2018 en erna.

Advertenties

Voka – KvK Limburg goes Nord

Standaard

De raad van bestuur van Voka – Kamer van Koophandel Limburg keurde zopas het beleidsplan voor 2018 goed. Een belangrijke nieuwigheid is dat Voka – Kamer van Koophandel Limburg in 2018 ook in Noord-Limburg ‘fysiek’ gaat aanwezig zijn. De exacte timing en locatie dienen nog bepaald te worden.

‘In 1971 besliste de toenmalige minister van openbare werken Jos De Saeger tot de aanleg van een autosnelweg ten noorden van Hasselt. Het waren vooral de Noord-Limburgse gemeenten die ijverden voor de aanleg van een snelweg om hun regio te ontsluiten’ leren we van Wikipedia.

Nu, 47 jaar oftewel bijna een mensenleven later, is er over die weg(en) die van het Noorden naar het Zuiden leiden al meer inkt dan beton of asfalt gevloeid. De mensen en de bedrijven uit Noord-Limburg moeten hemel en aarde bewegen en heel veel tijd verliezen om in Hasselt te geraken.

‘Als werkgeversorganisatie blijven we op alle mogelijke niveaus druk uitoefenen om snel tot een oplossing te komen’, stelt voorzitter Voka – Kamer van Koophandel Francis Wanten. ‘Maar we willen onze leden-ondernemers daar ondertussen niet in de kou laten zitten. Ze worden al bijna 50 jaar gesust met plannen, studies en beloftes. Daarom hebben we beslist dat we als Voka – Kamer van Koophandel Limburg in 2018 zo snel mogelijk een vaste stek in het Noorden van Limburg gaan bemannen en bevrouwen. Noord-Limburg is voor onze provincie een belangrijke groeipool. We willen er kort bij onze leden-ondernemers zijn en hen ondersteunen op alle vlakken. In elke Limburgse gemeente hebben we een Voka-ambassadeur. Dit is een ondernemer die constant de brug tussen het bestuur, de ondernemers en Voka – Kamer van Koophandel Limburg legt. Door onze aanwezigheid in het Noorden willen we nog korter op de bal spelen en inspelen op de plaatselijke noden.

Waar exact Voka – Kamer van Koophandel Limburg in het Noorden gaat gevestigd wordt ligt nog niet vast. In de loop van de komende weken worden er gesprekken aangeknoopt. Alle ideeën zijn en blijven welkom. Uiteraard worden onze Voka-ambassadeurs en de voorzitters van de lokale ondernemersclubs geconsulteerd.

‘Wat vast staat is dat we, na de goede ervaringen met ons Voka Theater op de Corda Campus,ook in Noord-Limburg de contacten met bestaande en nieuwe Voka-leden willen optimaliseren, weg of geen weg’, besluit voorzitter Francis Wanten.

Lerarenopleiding Hogeschool PXL organiseert gespreksavond over genderidentiteit op 6 december 2017 in PXL-Congress

Standaard

De Lerarenopleiding van Hogeschool PXL organiseert een gesprekssessie op woensdag 6 December 2017 tussen 19 en 22u in PXL-Congress in de Hasseltse Elfde Liniestraat over genderidentiteit. De inkom is gratis.

‘Is het een jongen of een meisje?’ is vaak de eerste vraag bij een geboorte. Zo vanzelfsprekend. Of niet? Soms staat genderidentiteit haaks op de werkelijke sekse waarmee iemand geboren wordt. Vrouwen voelen zich mannen en omgekeerd. Sommigen willen hun genderexpressie, en vaak ook hun lichaam, aanpassen. Anderen willen zich niet laten duwen in het hokje van man of vrouw.

Dit doet ons vragen stellen bij het concept ‘geslacht’. In hoeverre kan je mensen opdelen in mannen en vrouwen? Moeten we spreken van een derde geslacht, het zogenaamde X-geslacht? Of stoppen we met spreken over ‘geslachten’? Met welke problemen worden transgenders geconfronteerd? En hoe kunnen we – als vrijzinnig humanisten – bijdragen aan de oplossingen voor die problemen?

Tijdens de gespreksavond ‘Is het een jongen of een meisje’ gaat een panel van experten in op deze materie, we verwachten antwoorden op prangende vragen en openen de discussie omtrent dit actuele thema. Voor de aanvang en na afloop van het panelgesprek kan je meer informatie inwinnen aan de stands van het Regenbooghuis Limburg, AndersGewoon en Vrijzinnig Limburg. Deze avond wordt georganiseerd in samenwerking met de Hasseltse Vrijzinnige Humanisten (HVV), Vrijzinnige Vrouwen Limburg, Instelling voor Morele Dienstverlening Limburg (IMD), Vrijzinnig Ontmoetingscentrum (VOC) en de Oudstudentenbond Vrije Universiteit Brussel (OSB) en De Maakbare Mens.

Bert Kruysmans trekt op 5 december 2017 kruis over Limburg en Luik in Hasselt

Standaard

bert kruismans

Limburg ligt slechts op een boogscheut van Luik. Maar soms lijkt het erg ver. Daarom slaan op dinsdag 5 december 2017 de Kamer van Koophandel Luik en Voka – Kamer van Koophandel Limburg de handen in elkaar voor een netwerkevent tussen Limburgse en Luikse ondernemers. 

Bert Kruismans zet in het ‘Hotel de Ville’ de avond in met een humoristische conférence. Nadien wordt op een interactieve manier ingegaan op cultuur – en leiderschapsverschillen. Insteek is dat Wallonië (Luik) erg ver lijkt voor veel ondernemers, soms zelfs verder dan Frankrijk.

Luik ligt echter op slechts 40 km van Hasselt en nog korter bij een aantal andere Limburgse steden. Meer en meer ondernemers zien de mogelijkheden bij onze zuiderburen of gaan er partnerships aan. Luik blinkt onder meer uit in de sector van de luchtvaart, de metaalindustrie en de mechanica, de ruimtevaart, de biotechnologieën, de informatietechnologieën en de voedingsmiddelenindustrie.

We moeten als Limburgse ondernemers onszelf over de cultuurdrempel heen zetten en de opportuniteiten voor samenwerking benutten. Vandaar een sessie die een aantal cultuurverschillen uit de weg moet ruimen.De avond wordt afgesloten op de kerstmarkt van Luik met een diner.

Graag wat meer ambitie voor gemeentefusies in Limburg!

Standaard

de cooperatieve courant

Wat als alle Limburgse gemeenten fusioneren tot één stad? Met deze premisse startte het proefnummer van het nieuwe digitale tijdschrift De Coöperatieve Courant dat verscheen in januari 2017. Het opzet was het maatschappelijk debat over de gemeentefusies te verruimen, vertrekkend vanuit dit bijzonder perspectief.  Aanvullend werd op 18 oktober 2017 een colloquium georganiseerd over dit thema aan de UHasselt.  Sprekers op het debat waren: Prof. Dr. Filip De Rynck. (UGent), Prof. Dr. Johan Ackaert (UHasselt) en Assistent drs. Stef Keunen (UHasselt). De lezing werd afgesloten met een debat. Het panel was samengesteld uit voormelde academici en dhr. Luc Kupers, OCMW-secretaris van Gent.

Limburg superstad

Wat als alle Limburgse gemeenten fusioneren tot één stad? Met deze premisse startte het proefnummer van het nieuwe digitale tijdschrift De Coöperatieve Courant dat verscheen in januari 2017. Het opzet was het maatschappelijk debat over de gemeentefusies te verruimen, vertrekkend vanuit dit bijzonder perspectief. Aanvullend werd op 18 oktober 2017 een colloquium georganiseerd over dit thema aan de UHasselt. Sprekers op het debat waren: Prof. Dr. Filip De Rynck. (UGent), Prof. Dr. Johan Ackaert (UHasselt) en Assistent drs. Stef Keunen (UHasselt). De lezing werd afgesloten met een debat. Het panel was samengesteld uit voormelde academici en dhr. Luc Kupers, OCMW-secretaris van Gent.

Na het colloquium waren er verschillende aanwezigen die vroegen naar teksten of powerpoint-presentaties. De heren professoren hebben op deze vraag onmiddellijk gerepliceerd door hun ppt’s ter beschikking te stellen (zie http://www.decooperatieve.be). De inleiding die ik verzorgde, gebeurde à l’improviste aan de hand van enkele steekwoorden zoals ‘bestuurskracht, post-fact politics en doel/middelverwarring’. Om tegemoet te komen aan hun vraag probeer ik – door tijdsgebrek weliswaar een maand na datum- in deze bijlage e.e.a. te recapituleren.

Bestuurskracht

De Vlaamse regering kiest voor een efficiëntere overheid met minder bestuursniveaus en mandaten. Het provinciale tussenniveau wordt afgebouwd. Men wil naar sterke gemeenten die ten volle en op democratische wijze hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. Zij moeten kunnen wegen op het beleid en een solide partner zijn van de Vlaamse en Federale overheid. De gemeentebesturen staan voor grote uitdagingen in een dynamische en snel evoluerende maatschappij. In welke mate volstaat de schaal waarop zij nu acteren om aan de toekomstige verwachtingen te voldoen? Een goed jaar na het decreet over de vrijwillige samenvoeging van gemeenten merken we dat het onderwerp leeft. In Limburg tellen we al (?!) twee fusies. De gemeenten Meeuwen-Gruitrode en Opglabbeek beten de spits af en gaan verder onder de naam ‘Oudsbergen’ (23.000 inwoners). Zij worden nu gevolgd door de gemeenten Neerpelt en Overpelt (32.000 inwoners) met het voor de hand liggende “Pelt” als nieuwe naam.

In welke mate voldoen deze kleinschalige fusies echter aan de toenemende en complexere uitdagingen die ons wachten? De premisse om alle gemeenten van Limburg te fusioneren tot één stad (de stad Loon), zou 44 gemeenten samenbrengen en de grootste stad van Vlaanderen (en België) creëren met 850.00 inwoners. Van een heel andere orde dus dan wat we hier tot nu toe hebben gezien.

De opschaling is trouwens geen exclusief Vlaams verhaal. Ook Frankrijk, Duitsland, Luxemburg, Nederland, Denemarken en Noorwegen willen naar grotere bestuurskrachtigere gemeenten. Zij het niet overal in dezelfde mate. Bij het idee van gemeentefusies voor Vlaanderen zien we ook vaak concrete verwijzingen naar Nederland. Met zijn 390 gemeenten voor 17 miljoen burgers zijn er gemiddeld 43.500 inwoners per gemeente. In de marge kunnen we misschien verwijzen naar de recente (verplichte) fusie tussen Landgraaf en Heerlen waarbij Maastricht met 125.000 inwoners niet langer de grootste gemeente van Nederlands Limburg is.

We merken op dat bij de discussies over de gemeentefusies opvallend vaak de focus wordt gelegd op het inwonersaantal. Pakweg 25% van de gemeenten in Vlaanderen telt niet meer dan 10.000 inwoners. Het gemiddelde inwonersaantal situeert zich rond 21.000. De mediaan of centrummaat ligt bij de 14.000 inwoners. Ook in academische publicaties merken we voorstellen nopens de gemeentefusies die refereren aan een bepaald inwonersaantal. Naar precieze verantwoording voor dit cijferfetisjisme is het vaak zoeken. Bovendien rijst er ook de vraag in welke mate deze focus op inwonersaantallen daadwerkelijk met de essentie van de fusiethematiek te maken heeft?

Met het begrip bestuurskracht wil de Vlaamse overheid aangeven dat men moet evolueren naar sterke lokale besturen die een kwaliteitsvolle dienstverlening kunnen bieden voor een toekomst die zeer dynamisch oogt. De uitdagingen voor de gemeenten worden omvangrijker, meer ingewikkeld en vereisen een grotere techniciteit. Via onder meer gemeentelijke samenwerkingsverbanden of intercommunales, tracht men de hiaten op te vullen. De facto merken we dat de gemeenten hun taken niet meer zelf ten volle kunnen invullen en dat ook de democratische legitimiteit in het gedrang komt.

Post-fact politics

Met post-fact politics verwijzen we naar een tendens waar ratio steeds meer vervangen wordt door ‘gut feeling’. Niet een zorgvuldig opgebouwde argumentatie waarbij alle aspecten van een problematiek onder de loep worden genomen, maar een populistisch discours dat vooral gericht is op emoties en – niet zelden – eigen of partijpolitieke belangen, zet de toon. Of hoe verklaar je anders de wijze waarop de Limburgse fusies werd vormgegeven? Veel debat is er niet aan voorafgegaan. Bovendien is van de aangekondigde referenda ook niets in huis gekomen. In een ontluisterend interview lezen we hoe zo’n fusie in het grootste geheim wordt vormgegeven. Burgemeesters van kleine gemeenten van dezelfde partij gaan samenzitten om e.e.a. te bedisselen. Vervolgens worden er enkele ingewijden zoals een financieel beheerder, secretaris en wat schepenen mee betrokken. Deze werken in de grootste discretie de fusie verder uit. Dat dit alles plaatsvindt in de avonduren in het stadhuis met de rolluiken naar beneden hoeft geen betoog. Alleen het kaarslicht ontbrak nog om de scène helemaal af te maken. (X, Een complex veranderingstraject, Binnenband, themanummer gemeentelijke fusies, juli 2017, p 24-27).

Gelukkig laat de kwalitatieve Limburgse pers zich niet onbetuigd. Waar politici zich er makkelijk van af maken met boutades als: ‘fusie geeft ruzie’, de reeks alternatieven voor: ‘klein is fijn’ of een even pretentieuze als stompzinnige opmerking als: ‘het is de politicus die de bestuurskracht bepaalt’, worden deze uitspraken aan een zorgvuldige analyse onderworpen (?!). Ook zorgt onze kwaliteitspers er voor dat de berichtgeving rijmt met de ernst van de gebeurtenissen. Zo zijn er tal van diepgravende analyses over de nood tot en de omvang van fusies, en laten zij zich niet afleiden door overmatig aandacht te besteden aan de naamkeuze van de nieuwe gemeente. Laat staan dat ze zo’n verkiezing nog zouden gaan modereren. (?!)

Het primaat van de politiek speelt in voormelde post-fact politics een belangrijke rol. Politici gaan er van uit dat wanneer ze verkozen zijn, ze ook de macht kunnen aanwenden om belangen te gaan verdedigen die niet altijd entsprechen aan de noden van de bevolking. Nochtans leert het recente verleden dat deze ‘vrijgeleide’ die ze zich aanmatigen al enkele keren op de helling werd gezet. Burgers gaan zich verenigen en treden op tegen beslissingen die hun belangen niet dienen. Voorbeelden vind je onder meer in de protesten tegen de Noord-Zuidverbinding, de Oosterweelverbinding en de andere Essersbossen. Deze burgerbewegingen die neigen naar een veel directere democratie, willen een grotere betrokkenheid met het beleid. Beslissingen worden genomen na het omstandig inlichten van en samen met de geëngageerde burgers. De pragmatiek van het gevoerde achterkamerbeleid dat we zien bij deze kleine fusies komt hier niet aan tegemoet.

De partijpolitieke en persoonlijke belangen van de politici in dit debat noopt tot nadenken. Welke en wiens besognes staan er bij deze fusies voorop? Het gevaar van een doel/middelverwarring ligt hier op de loer. Waar het doel in een democratische maatschappij het belang van de burger is en het middel de politieke vertegenwoordiging, vrezen we dat er hier een ernstig risico is op het verwisselen van het doel met het middel.

De Limburgse contouren

De premisse om tot een ‘superstad Limburg’ te komen lijkt in eerste instantie, en zeker in verhouding met de gangbare fusies, wat vergezocht. Nochtans zijn de provinciale contouren al geruime tijd aanwezig in het gemeentebeleid. Zo kunnen we onder meer verwijzen naar de noodzaak tot samenwerken om tot een performant en kostenbewust veiligheidsbeleid te komen. Zo tellen we in Limburg drie brandweerzones en veertien politiezones. De politiefusies lijken trouwens nog niet aan hun eindpunt. Justitiespecialist De Ruyver opperde zelfs de mogelijkheid om naar 1 politiezone voor de provincie Limburg te gaan. (Van Diepen, T., Eén politiezone voor heel Limburg is geen utopie meer, Het Belang van Limburg, 17 sept. 2016) Er wordt trouwens gewerkt aan één eigen speciaal interventieteam voor Limburg omdat men bij aanslagen en andere calamiteiten niet op ‘Brussel’ wil wachten. (Theuwis. G., Gouverneur kondigt aan dat Limburg werkt aan een eigen speciaal interventieteam, Het Belang van Limburg, 26 okt. 2017). Maar ook als we kijken naar de intercommunales voor nutsvoorzieningen of afval zien we weer duidelijk de Limburgse contouren opduiken. Een ander voorbeeld is het Strategisch Actieplan Limburg in Kwadraat, (SALK), ontstaan na de sluiting van de Fordfabriek in Genk. Hierbij kwam niet enkel de focus op het herstel van werkgelegenheid in Genk aan de orde maar focuste men op een duurzame oplossing voor de hele Limburgse economie met aandacht voor onderwijs, een stimulerings- en subsidiëringsbeleid, versnelde uitvoer van infrastructuur-werken, aantrekken en versterken van bestaande economische activiteiten, economische innovatie: zorginnovatie, biotech, medtech, creatieve economie, energyville en randvoorwaarden zoals o.m. verbeterde opleidingen (www.limburg.be/salk).

In het licht hiervan kunnen we ook even verwijzen naar een Task Force Limburg in de cultuursector. Bij de toebedeling van de werkingssubsidies voor 2017-2022 stond Limburg op de laatste rij en dreigde tot een culturele woestenij te verzanden. Het verdwijnen van de bevoegdheid voor de ‘persoonsgebonden aangelegenheden’ in het provinciebeleid slaat bressen in een niet al te stevige dijk. Deze taskforce onder leiding van de gouverneur krijgt een eigen werkingsbudget om tot een breed gedragen kunst- en cultuurvisie te komen met klare ambities, doelstellingen en acties m.b.t. cultuur in Limburg. (Donkier, E., Sven Gatz wil in 2017 Cultuurplan voor Limburg, de Standaard, 17 nov. 2017). Opnieuw zien we dat het antwoord op Limburgs niveau moet gezocht en gevonden worden ten einde het cultuurbeleid op een gedegen niveau te brengen.

De uitdagingen rond ruimtelijke ordening, woonzorg, diversiteit of mobiliteit rijmen niet met de bestuurlijke opdeling in Limburg (en Vlaanderen). Zo deelt de Vlaamse overheid bijvoorbeeld in haar nieuwe vervoersplan Vlaanderen op in 13 vervoersregio’s. Anders dan in andere provincies zie je dat Limburg ook na deze hervorming één geheel vormt. (Van Diepen, T. Limburg één vervoersregio, Het Belang van Limburg, 28 okt. 2017). Het concept van stadsregio’s dat in de bijdrage van Luc Kupers aan de orde kwam (Kupers, L. Stad Loon/stad Limburg, De Coöperatieve courant, jan. 2017), vindt in de academische wereld wel meer voorstanders. Professor politieke wetenschappen Dave Sinardet (VUB) pleit voor de vervanging van de provincies door stadsregio’s. ‘Nu krijg je op het niveau tussen de gemeenten en het gewest een wildgroei aan tussenstructuren zoals de intercommunales. Via de stadregio’s kunnen we dat stroomlijnen.’ (Verberckmoes Y, Welkom in superstad Limburg, De Morgen, 11 okt. 2017).

Prelude tot het debat

Het opzet van het digitale tijdschrift, De Coöperatieve Courant, is het maatschappelijk debat aanwakkeren. De premisse, de inleidende tekst, de replieken en de lezing aan de UHasselt vormen hiertoe slechts een prelude. In het licht daarvan som ik alvast nog enkele aspecten op die in functie van een grotere denkoefening zeker aan de orde komen.

Quid faciliteitengemeenten?

Bij een grote Limburgse fusie moet men voorbij het heikele punt van de faciliteitengemeenten. Hoe gaan Voeren en Herstappe in deze nieuwe stad Loon geïncorporeerd worden? Deze thematiek met de nodige communautaire gevoeligheden, overstijgt de Vlaamse bevoegdheden en zal in de federale Kamer worden beslecht. Na de recente politieke shuffle in Wallonië waar de liberale Mouvement Réformateur (MR) de Parti Socialiste (PS) verving in de Waalse regering werd in het nieuwe beleidsprogramma het opheffen van de provincies vooropgesteld met een versterking (schaalvergroting) van de gemeenten. Hier dient zich alvast een interessante basis voor gesprekken. Mutuele belangen tussen Nederlands- en Franstaligen kunnen hier mogelijk faciliterend werken. Anderzijds moet men zich ook de vraag stellen hoe met deze omstandigheid om te gaan zonder federaal akkoord. Zaak is dat de Limburgse faciliteitengemeenten in de slipstream van een grote stad Loon kunnen blijven.

Quid provinciale bevoegdheden?

Op dit ogenblik worden de Vlaamse provincies uitgehold, zij worden (nog) niet opgeheven. De provincies verliezen enkel hun persoonsgebonden bevoegdheden. De provincie Limburg heeft ook altijd een sterk coördinerende rol gespeeld tussen gemeenten. Hoe bouwen we aan een verdere samenwerking tussen de stad Loon en de provincie op het vlak van de ‘grondgebonden’ aangelegenheden en hun adviserende en coördinerende rol bij een grote Limburgse fusie?

Quid fusieproces?

Het grote fusieproces uit 1976 leert dat het geen walk-over wordt om een dergelijk grote fusie te bewerkstelligen. In eerste instantie heeft men er ook geld aan toegestopt maar zag men dat het na enkele jaren pas begon te renderen. Deze fusies werden op korte termijn doorgevoerd en niet altijd met veel begrip en medestand. De voorgestelde fusie tot de stad Loon zal ongetwijfeld nog wat meer voeten in de aarde hebben, alleen al gezien de omvang. Maar anderzijds kan het proces ook binnen een termijn van één of twee gemeentelijke bestuursperioden (6 tot 12 jaar) worden uitgerold. Doorgedreven samenwerkingen in functie van de grote fusie kunnen al opgezet worden in het licht van een grotere performantie en kostenbewustheid. Zou men in een dergelijke opbouw niet snel tot renderende aspecten van de fusie kunnen komen en de investeringsprijs drukken?

Quid districten?

Hoe kan men de noden van de lokale bevolking in een grote stad met 850.000 inwoners blijven waarborgen? Hiervoor zouden we een kijkje kunnen nemen in Amsterdam met eveneens 850.000 inwoners of à la limite in Londen met 8.500.000 stedelingen. Antwerpen met 520.000 inwoners is opgedeeld in 9 districten. De burgers worden vertegenwoordigd door districtsraden waaruit een districtscollege wordt samengesteld dat voor het beleid instaat (een concept dat vergelijkbaar is met Rotterdam en Amsterdam). Hun bevoegdheden putten ze uit de gemeentewet of andere wetten of ze worden gedelegeerd door het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad. In Antwerpen zijn de districten o.m. bevoegd voor: sport, jeugd en cultuurbeleid. Een aandachtspunt is wel dat de politieke meerderheid kan verschillen in stad en district, wat een complicerende factor kan zijn.

Zou deze structuur ook in een grote Limburgse fusiestad valabel zijn of ziet men nog andere opties?

Het spreekt voor zich dat men bij een ernstig fusiedebat zoveel mogelijk aspecten onder de loep neemt. Zorgvuldige analysen en evaluaties moeten in deze discussies worden opgenomen. Het is evident dat dit niet allemaal op één academische zitting kan worden uitgeklaard. We hopen enkel met deze vraagstelling een aanzet te geven tot een grondig discours.

De parabel van de 44 dwergen

Terwijl Oudsbergen en Pelt zich rijk rekenen aan de synergiën bij hun respectievelijke fusies en de bonus van de Vlaamse Regering ad 500 euro per inwoner, neemt de taxshift van de Federale Regering een hap uit de inkomsten van de gemeenten. Door het dalen van de personenbelasting zakken ook de ontvangsten uit de gemeentelijke aanvullende personenbelasting (APB-ontvangsten). Professor Wim Moesen (KULeuven) merkt op dat het verminderen van de vennootschapsbelasting heel wat vrije beroepen zal aanzetten om een vennootschap op te richten vanwege de fiscale voordelen. Inkomsten uit vennootschapsbelastingen komen echter de federale overheid ten goede waardoor de APB-ontvangsten verder worden uitgehold. (Pironet. E. , ‘En dan nu de personenbelasting verlagen’, Knack 6 sept. 2017). Piet Van Schuylenbergh van de Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) wijst op het stijgend aantal leefloners en ziet de OCMW‘s een belangrijk stuk van de sociale zekerheid van de Federale Overheid overnemen, zonder dat daar een adequate vergoeding tegenover staat (Van Schuylenbergh, P., Gemeenten nemen de sociale zekerheid over, De Standaard, 17 oktober 2017).

De gemeentelijke financiën blijven onder druk. We hebben het dan nog niet over het Dexia débacle dat er stevig inhakte en waarvan de gevolgen bezwaarlijk zijn verteerd, of de betaling van de ambtenarenpensioenen…

In deze financieel heikele tijden dienen zich de uitdagingen van de toekomst aan op het vlak van mobiliteit, werkgelegenheid, opleiding, welzijn, vergrijzing, diversiteit, woonmarkt, duurzaamheid.

Het feit dat voor politici en hun partijen de voorgestelde fusie een grote impact heeft op hun inkomen en werking ligt voor de hand. In verschillende publicaties werd dit probleem al aangestipt en waarschuwde men dat het eerder kleine gemeenten zouden zijn die zouden fusioneren, vooral om te vermijden dat ze bij een fusie met een (veel) grotere gemeente geen enkel uitzicht meer zouden behouden op mandaten. Dit is trouwens wat we ook zien bij de gemeentefusies in onze provincie. Vraag echter is of deze praktijken tegemoet komen aan het belang van de burger dan wel aan het belang van de politici.

In een leuke parabel schreef columnist Noël Slangen in het Belang van Limburg over 44 dwergen uit het Oosten die met elkaar in concurrentie gaan tot groot jolijt van de reuzen in het Westen die zich ondertussen te goed doen aan de rijk gevulde tafels. Maar wat als nu deze dwergen op elkaars schouder zouden kruipen en ze groter zijn dan de grootste reus. (Slangen, N., ‘Twee dwergen’, Het Belang van Limburg, 24 apr. 2017).

Geen doctrine

De premisse om al de gemeenten van Limburg te fusioneren tot één stad is geen doctrine. Het opzet was om tot een breed maatschappelijk debat te komen over de wijze waarop onze Limburgse gemeenten in de toekomst het best worden bestuurd. Hoe we een begrip als ‘bestuurskracht’ gaan invullen en in welke mate we als een valabele partner kunnen optreden naar het Vlaamse en Federale bestuursniveau. Wat is er nodig om met de nodige envergure naar andere overheden toe te stappen om de noden van onze gemeenten te kunnen afdwingen? Zitten er ‘staatsmannen’ in onze provincie die boven de partijpolitiek en de persoonlijke belangen kunnen uitstijgen om onze gemeenten klaar te stomen voor de toekomst? Maar laat ons deze vraag niet enkel voorbehouden aan politici. Hallo ondernemers, ondernemersfederaties, academici, kritische journalisten, ambtenarij, …. iemand?

Door auteur Jo Mulkers van de redactie van De Coöperatieve Courant

Voka meet en weet waar gemeenteschoentje in Limburg knelt

Standaard

Slechts 39% van de Limburgse, en 40% van de Vlaamse ondernemers, is tevreden over zijn of haar lokaal bestuur. Dat blijkt uit een grootschalige Voka-enquête bij 2.535 ondernemers in 67 steden en gemeenten. Binnen Limburg werden meer dan 500 ondernemers bevraagd, verspreid over 10 steden en gemeenten. Zowel binnen Limburg als de rest van Vlaanderen blijkt ondernemingsvriendelijkheid het grootste probleem. Daarnaast verwachten ondernemers meer inzake fiscaliteit en mobiliteit. “Onze Vlaamse gemeenten investeren te weinig in de economie”, aldus Johann Leten, gedelegeerd bestuurder van Voka – Kamer van Koophandel Limburg. “Het wordt tijd dat we écht werk maken van een kerntakendebat. Meer dan 40% van de uitgaven is versnipperd over 130 beleidsvelden. Dat is te veel.” Tot slot pleit Voka – KvK Limburg ook voor fusies van gemeenten met minder dan 10.000 inwoners.

Naar aanleiding van de gemeente- en provincieraadsverkiezingen van 2018 voerde Voka, samen met onderzoeksbureau ICMA, een grootschalige bevraging uit bij 2.535 ondernemers. Met de enquête wil Voka peilen naar de ondernemingsvriendelijkheid van onze steden en gemeenten. Uit de bevraging blijkt dat slechts 40% van de ondernemers tevreden is over het gevoerde beleid. 11% van de ondervraagde ondernemers geeft zelfs aan zwaar ontevreden te zijn. Ook Limburg volgt hierin de Vlaamse trend.

Vooral de ondernemingsvriendelijkheid van de steden en gemeenten is een uitdaging. Mobiliteit en fiscaliteit zijn daarbij belangrijke factoren. Daarnaast voelen de ondernemers zich ook onvoldoende betrokken bij het beleid van de steden en gemeenten. Velen vragen daarom meer vlotte communicatie en meer overleg. Ondernemers zijn dan weer positief over de aandacht voor en het aanbod van ruimte om te ondernemen.

Naast de bevraging werd ook de financiële positie van onze steden en gemeenten onderzocht. Daaruit blijkt dat de financiële situatie in de meeste steden en gemeenten in de afgelopen legislatuur aanzienlijk verbeterd is. Toch komt dit de economie niet ten goede. De schuldafbouw is vooral het resultaat van een verhoging van de ontvangsten (extra belastingen) of het afbouwen van het aantal investeringen. Zo stegen de fiscale ontvangsten per inwoner tussen 2012 en 2016 met 2,3% per jaar (na inflatiecorrectie). De exploitatie-uitgaven blijven in constante termen tussen 2012 en 2016 gelijk. De investeringsuitgaven in materiële vaste activa namen dan weer af. Naar aanloop van de gemeente- en provincieraadsverkiezingen in 2018 dringt Voka – KvK Limburg dan ook aan op een grondig kerntakendebat. “Vandaag zien we dat 40% van de uitgaven van onze steden en gemeenten goed is voor meer dan 130 beleidsvelden. Dat is te veel”, aldus Johann Leten, gedelegeerd bestuurder van Voka – KvK Limburg. “Steden en gemeenten zullen zich steeds meer moeten focussen en bepaalde zaken ook gaan uitbesteden. Enkel zo kan er opnieuw de nodige ruimte vrijkomen om te investeren. De vergrijzing zal – zeker in Limburg – er de komende jaren voor zorgen dat er nog meer investeringen nodig zullen zijn voor wonen, onderwijs en zorg. Daarnaast blijft de mobiliteit in veel steden en gemeenten de belangrijkste uitdaging. Er moet dringend geïnvesteerd worden in infrastructuur. Laat ons daarom het kerntakendebat eindelijk ten gronde voeren.”

Om onze gemeenten meer efficiëntie en slagkracht te geven, pleit Voka – KvK Limburg verder voor verplichte fusies van gemeenten die minder dan 10.000 inwoners tellen. “We zien dat gemeenten met minder dan 10.000 inwoners het vaak heel moeilijk hebben. Ze hebben communicatie-achterstand en doen het vaak ook heel slecht inzake digitalisering. Daarenboven zijn ze minder efficiënt om belastingen te heffen en te innen,” aldus Johann Leten. “We vragen dan ook dat de 72 kleinste Vlaamse gemeenten fuseren. Enkel zo kunnen ze tot een minimumschaal komen van 10.000 inwoners. De geboorte van Oudsbergen en Pelt is in dit opzicht voor Limburg alvast een belangrijke stap. Dit neemt niet weg dat er nog 11 Limburgse gemeenten de werkbare grens van 10.000 inwoners niet halen.” 

“De resultaten zijn wat ze zijn. We willen niemand met de vinger wijzen. Het verleden is niet het belangrijkste maar op basis van ons onderzoek willen we samen met de Limburgse steden en gemeenten op weg gaan naar een nog bedrijfsvriendelijkere toekomst. De bevindingen van ons grootschalig onderzoek zullen dan ook de fundamenten vormen van ons verkiezingsmemorandum voor het voorjaar,” besluit Johann Leten.

250 Vlaamse toerismestudenten bedenken producten voor Limburgse wijntelers

Standaard

Net zoals prominente Limburger Stijn Bijnens (LRM), gedeputeerden Igor Philtjens en Frank Smeets en wijlen Steve Stevaert (Van mijnstreek tot wijnstreek, 2009) gelooft Hogeschool PXL dat Limburg onder meer omwille van de klimatologische veranderingen dé Vlaamse wijnprovincie bij uitstek kan worden. Toeristische vermarkting van het wijndomein zorgt hierbij voor een economische meerwaarde.

Daarom organiseerden de studenten van de opleiding Toerisme en Recreatiemanagement van Hogeschool PXL dinsdag een interactief congres over wijntoerisme. Alle derdejaarsstudenten Toerisme uit Vlaanderen hoorden 2 sprekers aan. Spreker Sandra Di Marcantonio van PXL besloot na een reeks van inspirerende buitenlandse voorbeelden van wijntoerisme: “Je moet als bestemming uitgaan van wat je hebt en dat koppelen aan wijn. Op die manier versterkt wijn de aanwezige attractiefactoren.” Frederik Cornelis van wijndomein Marsnil bevestigt deze visie. Hij merkt op dat toeristen de arrangementen, waarbij een bezoek aan een wijndomein gekoppeld wordt aan de attractiva uit de omgeving, erg smaken.

In het interactieve gedeelte van het congres ontwikkelden de studenten in hogeschooloverstijgende groepjes een toeristisch product voor een specifieke doelgroep. De uitbater van het wijndomein was de opdrachtgever die het realiteitsgehalte van de voorstellen beoordeelde. Domein Vilain uit Leut nam zelfs twee studentengroepen voor zijn rekening.

Na de presentatie van de toeristische producten stelde Stijn Maris (wijndomein De Caybergh) dat hij aangenaam verrast was door de bruikbaarheid van de voorstellen. Een uitgewerkt huwelijksarrangement op een wijndomein noemt hij een onverwacht voorbeeld van innovatieve co-creatie. De Limburgse Ans Bohrmann die samen met haar zus wijngaarden in Portugal en in Meursault (Bourgognestreek Frankrijk) uitbaat, vindt de geocaching voor een gezin met pubers een goed én uitvoerbaar idee.

Opleidingshoofd, Agna Thys, wijst in haar slotwoord op het belang van out of the box denken en samen ontwikkelen. “Connecting the dots! Wijndomeinen verbinden met reeds bestaande toeristische initiatieven en dit dan doelgroepgericht vermarkten. Daarin ligt een toeristisch potentieel voor de Limburgse wijnsector.”